IFFR toont diversiteit van Latijns-Amerikaanse films

Dit artikel is verschenen in LA Chispa 333, april 2008

Van onverwerkt verleden tot emotie der elementen

Latijns-Amerikaanse films schopten het op de laatste editie van het Internationaal Film Festival Rotterdam tot openingsfilm, publieksfavorieten en winnaar van de Prijs van de Internationale Filmkritiek. Qua thema en vorm liggen de Latijns-Amerikaanse films vaak mijlenver uiteen. Toch zijn er ook bijzondere overeenkomsten.

80406-beeld-cordero-de-dios.jpgNet als vorig jaar opende het Internationaal Film Festival Rotterdam (IFFR) dit jaar met een film uit Argentinië, Cordero de Díos (Lam Gods), van filmmaakster Lucía Cedrón. Was de vorige Argentijnse openingsfilm van het IFFR, La Antena van Esteban Sapir (zie LA Chispa 325, april 2007) een gewaagd experiment van beeld, licht en geluid, vrijwel zonder dialogen, Cordero de Díos is juist een vrij traditionele en toegankelijke film, met bekende Argentijnse acteurs en een verhaal dat weinig toelichting behoeft.

Het onderwerp van de film is, hoewel nog steeds controversieel en vooral actueel: de manier waarop het recente verleden van de dictatuur doorwerkt in het heden. Het is een knap gemonteerde film, die bijna ongemerkt heen en weer springt tussen 2002, het dieptepunt van de economische crisis, en 1978, aan de vooravond van het WK, het ‘hoogtepunt’ van de militaire dictatuur. Als grootvader Arturo in 2002 wordt ontvoerd door maffiose politieagenten, vraagt kleindochter Guillermina haar moeder Teresa om over te komen uit Frankrijk, om te helpen het losgeld bij elkaar te krijgen dat nodig is voor Arturo’s vrijlating. Teresa blijkt minder gedreven dan haar dochter om Arturo vrij te krijgen, en gaandeweg de film blijkt dat dat te maken heeft met een deel van het familieverleden dat Teresa Guillermina had willen besparen. Beider confrontatie met het verleden staat symbool voor de manier waarop het recente verleden een stempel drukt op de huidige Argentijnse samenleving.

Duiveltjes

De motivatie voor de film haalde maakster Lucía Cedrón uit haar eigen familieverleden. Haar vader, Jorge Cedrón, stierf in 1980 in Frankrijk, onder omstandigheden die nooit opgehelderd zijn. “Net als zoveel mensen, zijn de onbeantwoorde vragen voor mij als duiveltjes die me ’s nachts uit mijn slaap houden, en die alleen - even – weggaan als ik het licht aandoe”, vertelt ze in Rotterdam. “Het idee voor de film komt voort uit een droom die ik een paar jaar geleden had. Daarin vertelde ik mijn vader hoe het nu met me gaat. Hoewel we waarschijnlijk nooit zullen weten wat er precies met mijn vader is gebeurd, is het maken van de film voor mij een manier om het licht aan te doen en de duiveltjes te laten verdwijnen.” Hoe representatief het verhaal van de karakters in de film en dus ook haar persoonlijke geschiedenis in Argentinië is, bleek tijdens de repetities en opnamen: “Bij werkelijk iedereen die bij het maken van de film betrokken was, riep deze wel associaties op met pijnlijke persoonlijke herinneringen. Soms kregen acteurs het tijdens of na het spelen te daardoor kwaad.”

080406-casa-de-alice.jpgVijheid

Cedrón werkte met een gedetailleerd script, waar ze pas na 33 keer herschrijven tevreden mee was. Om geen kostbare filmband te verspillen, liet ze de acteurs alle scènes uitgebreid repeteren voordat er een camera aan te pas kwam. Desondanks liet ze hen een zekere vrijheid, bijvoorbeeld om de emoties op de set opkwamen te kunnen benutten. Maar die vrijheid is niets in vergelijk met de vrijheid die Braziliaan Chico Teixeira ‘zijn’ acteurs gunde bij het maken van zijn eerste lange fictiefilm A casa de Alice (Het huis van Alice). Teixeira, die sinds 1989 documentaires maakt, begon aan zijn laatste filmproject met het idee om een documentaire te maken over blindheid. “Ik was gefascineerd door het feit dat bij blinde mensen het gehoor, de tast en het gevoel sterker ontwikkeld zijn”, zegt hij. “Maar naarmate ik me, al lezend, verder in het onderwerp verdiepte, kreeg ik minder zin om die documentaire te maken. Ik wilde een fictiefilm maken. Langzaam aan ontstonden de personages in mijn hoofd. Als eerste ontstond Jacinta, een oude, blinde dame. Zij werd tenslotte de dovige moeder van Alice, die uitgroeide tot het hoofdkarakter.”

Universeel

Het verhaal voor A casa de Alice groeide langzaamaan uit tot een script, veel vaster dan het werkplan waarmee Teixeira doorgaans aan een documentaire begint. Maar tijdens het filmen liet hij dat script weer grotendeels los: de karakters in de film – Alice, haar echtgenoot Lindomar, hun drie puberzoons en Jacinta – leven in huis grotendeels langs elkaar heen, en doen tijdens het filmen letterlijk alsof zij thuis zijn: zij zitten of liggen waar ze op dat moment willen. Ook de vertolkers van Alice’ collega’s en klanten in de schoonheidssalon waar zij werkt en met wie zij het contactarme huiselijke leven ontvlucht in fantasieën over sex en over andere mannen, deden op de set grotendeels wat hen inviel. Mede door die vrijheid is A casa de Alice een film die minder plaats- en tijdgebonden is dan – bijvoorbeeld – Cordero de Díos. De vraag of A casa de Díos hoe dan ook een Braziliaanse film is, vindt Teixeira interessant. Het antwoord daarop kan hij niet goed inschatten – hij komt niet vaak genoeg in het buitenland om culturele verschillen te kunnen duiden. Druk gebarend en lachend zoals alleen een Braziliaan dat kan, legt hij uit waarom hij denkt dat het vooral een universele film is: “Het gaat over emoties, het hart, relaties, dat is toch overal hetzelfde?” Maar de straatbeelden, taal en de speelse en tegelijk vanzelfsprekende manier van fantaseren over sex ‘verraden’ dat de film zich toch echt in Brazilië afspeelt.

080405-la-tierra.jpgDaglicht

Van de film El cielo, la tierra y la lluvia (de lucht, de aarde en de regen) van Chileen José Luis Torres, kun je werkelijk niet merken waar hij gemaakt is, tenzij je Chileens Spaans van andere varianten van het Spaans kunt onderscheiden. Het toeval wil dat Torres’ vorige film, El tiempo que se queda (De tijd die rest) net als Teixeira’s vorige film, een documentaire(-achtige) film was over het leven in een tehuis voor hulpbehoevende bejaarden. Hoewel in El cielo, la tierra y la lluvia, winnaar van de prijs van de internationale filmkritiek, nauwelijks een verhaal verteld wordt in de traditionele zin des woords, hield Torres zich bij het maken van deze film juist veel strakker dan Teixeira aan zijn script. Ook al moest hij het script aanpassen toen hij aankwam op de locatie die hij uitgekozen had om de film te draaien, het landelijk gebied rond het plaatsje Valdivia in het zuiden van Chili. “Het landschap en de elementen zijn in mijn film hoofdrolspelers, vergelijkbaar met de menselijke karakters”, vertelt Torres, “en pas op locatie konden we zien hoe ik die het beste kon filmen. Te meer omdat ik geen kunstlicht wilde gebruiken. Op enkele scènes binnenshuis na, is de hele film bij daglicht gefilmd.” Consequentie van die belangrijke rol voor de elementen en het gebruik van natuurlijk licht was dat Torres aan de hand van het weer en het licht iedere dag bepaalde welke scènes gefilmd konden gaan worden. Het resultaat is een langzame film, bijna meer een gevoel dan een verhaal, met ontzettend mooie fotografische beelden, van dezelfde landschappen die er door ander licht en ander weer steeds verrassend anders uitzien.

Ondanks het strakke script, verliep het werk aan de film heel organisch, vertelt actrice Angélica Riquelme, die in de film Verónica vertolkt, een van de vriendinnen van het vrouwelijke hoofdkarakter. “Na een lange reis kwamen we met onze kleine crew aan op de locatie, en direct gebeurde er iets. Onder de indruk van de locatie, deed iedereen precies wat er moest gebeuren en ontstond een proces dat zo intensief was, dat we pas achteraf ruimte hadden om er goed over na te denken.” Zoals in de film te zien is, besteedde filmmaker Torres minstens evenveel aandacht aan het beeld, het licht en de kadering van de beelden, dan aan de ontwikkeling van de karakters. Dat zijn vooral heel eenzame zielen die, onder invloed van de omgeving, moeite hebben zich te uiten, hoe emotioneel zij ook zijn.

080406-cochochi.jpgVakantiefilm

In de manier waarop de film Cochochi van Laura Guzman (Domincaanse Republiek) en Israel Cárdenas (Mexico) is gemaakt, komen elementen terug van alle bovengenoemde Latijns-Amerikaanse films, ook al is hij met geen ervan vergelijkbaar. Net als in Cordero de Díosa, is de locatie waarin de film zich afspeelt van belang. Cochochi gaat over een gemeenschap van Rarámuri-indianen, met een eigen taal en eigen tradities, die vrij geïsoleerd leeft in het noorden van Mexico. En, eveneens net als Cordero de Díos, is het een film met een politieke boodschap, namelijk dat het belangrijk is dat een kleine gemeenschap haar eigen taal en cultuur kan behouden. Het idee van de film ontstond spontaan, vertellen Guzman en Cárdenas, terwijl zij samen op vakantie waren in het gebied en opnamen maakten, zoals een ander vakantiefoto´s maakt. Ze lieten de opnamen zien aan de mensen in het dorp en die reageerden zo enthousiast, dat de filmmakers besloten hen tot onderwerp te maken van een film. In die film, over twee broertjes die door het – schitterende – landschap trekken om een familielid medicijnen te bezorgen – spelen alle karakters, zwijgzaam als zij zijn, zichzelf. Net als Alice en haar familieleden dat tot op zekere hoogte doen, al worden de meeste rollen in die film vertolkt door professionele acteurs.

Mondiale trend

Een paar jaar geleden vond Gerwin Tamsma, programmeur van het IFFR, het lastig om te spreken van dè Latijns-Amerikaanse film, en zelfs van dè Argentijnse film. Het enige dat veel Latijns-Amerikaanse films destijds bond, was dat zij vaak werken met non-professionele acteurs, op bestaande locaties en met andere documentaire-achtige elementen. Dit was eerder een mondiale trend – als reactie op steeds meer gecommercialiseerde beeldcultuur – dan iets typisch Latijns-Amerikaans. Daarnaast bespeurde Tamsma bij Latijns-Amerikaanse filmmakers een duidelijker besef van en verzet tegen veel vormen van globalisering dan bij filmmakers van andere continenten. Hoewel alle genoemde kenmerken – non-professionele acteurs, echte locaties, documentaire-achtige elementen en verzet tegen globalisering – wel in één of enkele van de vier beschreven films voorkomen, lijken de verschillen tussen die films groter dan de verschillen. Kortom, dè Latijns-Amerikaanse film bestaat niet.

Cordero de Díos, A casa de Alice en Cochochi zullen te zien zijn op het Latin American Film Festival. Cordero de Díos, A casa de Alice en El cielo, la tierra y la lluvia gaan (hoogstwaarschijnlijk) later dit jaar in Nederland in roulatie.

Dit bericht is geplaatst in Argentinië, Casa de Alice, Cochochi, Cordero de Díos, LA Chispa, Latijns-Amerika overig, Zonder categorie, film. Bookmark de permalink . Trackbacks zijn gesloten, maar je kan een reactie plaatsen.

Plaats een reactie

Je email zal nooit geplubiceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

*
*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

  • Categorieën 

  •  
  • Alle Categorieën

  •  

  •    
  • Archief

  •  

  • Recente artikelen

  •  

  •  

    september 2010
    M D W D V Z Z
    « aug    
     12345
    6789101112
    13141516171819
    20212223242526
    27282930