Het gebeurt me niet vaak. En de laatste soort artikelen waarbij ik had kunnen verwachten dat het zou gebeuren, zijn de artikelen die ik schrijf voor de woonpagina’s van AD Rotterdams Dagblad. En àls dan nog eerder bij een Facade, het soms ontroerende verhaal achter de naam op een huis, dan bij Huis, Tuin en Keuken, de rubriek waarin ik bekende regiogenoten uithoor over hun woonsituatie. Maar de afgelopen week gebeurde het. Een brok in mijn keel bij het schrijven. Voor die rubriek interviewde ik Henry van Tienen, muzikant van Indonesische afkomst uit Dordrecht. Ik ‘kende’ hem nog maar kort, via een voor mij zeer bekende Dordtenaar, die hem enkele keren had zien optreden en verder kende uit het bredere uitgaanscircuit. Het was al enige tijd bekend dat Henry van Tienen ziek was, ernstig ziek, aan een zeldzame ziekte waarvoor nog geen goede behandeling bekend is, A.L.S. Begin dit jaar gaf hij een benefietconcert met zijn groep Bedjô, in theater De Kunstmin in Dordrecht, ten behoeve van een stichting die onderzoek doet naar de mogelijkheden tot genezing van A.L.S. En in april zag ik hem voor het eerst optreden, ook in Dordecht. Moeizaam, want al in verschillende delen van zijn lichaam verlamd. Maar vrolijk, vol humor, blij om met andere goede muzikanten samen te spelen, blij met het publiek.
Toen ik hem belde om een afspraak te maken - enigzins beschroomd, want zit iemand die zo ziek is wel te wachten op een interview over zijn huis? - begon ik me wat zorgen te maken: de ziekte heeft, bijna twee jaar nadat hij werd vastgesteld, ook zijn stembanden aangetast. Aan de telefoon was hij lastig te verstaan. Zou het in levende lijve wel gaan?
Ik moet zeggen, tijdens het interviewen ging het nog. Van Tienen had veel, heel veel te vertellen. Over hoe hij zijn conservatoriumopleiding voltooid had, over zijn jeugd in Indonesië, over zijn muziek, maar ook, graag zelfs, over hoe hij woont. Dat zijn eigen huis op een bovenverdieping niet goed aan te passen was, dus dat hij bij zijn vriendin was gaan wonen en háár huis was aangepast. Over hoe blij hij was met zijn aangepaste toilet en douche, zijn Mercedes- electrische stoel, de speciale muis en software die hem in staat stelt om muziek te blijven schrijven. Meestal gaat zo’n rubriek over mensen waar het goed mee gaat, zei hij zelf, maar ik vind het goed als mensen zien dat er anderen zijn met wie het niet goed gaat. Die overal hulp bij nodig hebben. En toch bezig blijven. Het praten kostte hem moeite en energie, maar hij was niet te stoppen. Ik voelde me na twee uur zelfs een beetje bezwaard om te gaan, ook al was er inmiddels een vriend op bezoek gekomen en wilde ik de muzikant tijd en rust met zijn vriend gunnen.
Pas toen ik de volgende dag aan het schrijven was, leek de situatie echt tot me door te dringen: deze man, 54 en als muzikant klaar om eindelijk voor een groter publiek door te breken, wil nog heel veel, maar ziet zich zelf afbrokkelen. Terwijl ik aan het schrijven was, mailde hij me een link naar een reportage die de Wereldomroep over hem had gemaakt, een maand of drie geleden. En ik zag dat hij toen een stuk beter te verstaan was dan nu. Zo hard gaat het dus. De brok kwam snel, het kostte me moeite om door te gaan met schrijven. Dus ging ik door. Sorry collega’s die liever echt over wonen schrijven, voor mij is mijn vak eerder een middel om mensen als Henry een stem te geven. Ik voel me vereerd dat hij me er de mogelijkheid toe gaf. Zie hier het (onbewerkte) artikel: ,,Alles voor de restauratie van de piano.”
