Boekblad, mei 2010
Illustratrice Kaatje Vermeire, ‘de ontdekking van Bologna’
‘Ik houd van droeve dingen’
Zelf vond ze het wat overdreven, zelfs een beetje beangstigend, dat ze op de internationale kinderboekenbeurs in Bologna geroemd werd als dè ontdekking.. Maar haar uitgever en anderen zijn overtuigd. ‘Kaatje Vermeire is een groot talent. Het is een eer om getuige te zijn van haar ontwikkeling..’
Is dít een kinderboek? Het is dat De vrouw en het jongetje, (De Eenhoorn 2007, tekst van Geert De Kockere) een prentenboek is, met een klein jongetje, meestal in een rood truitje, in de hoofdrol. Maar de grote platen, met bruin en donkergrijs als hoofdkleuren, op kartonnen en hardboard-achtergrond, geven het nu niet bepaald de indruk van een vrolijk voorleesverhaaltje. Maar mooi zijn ze wel, die prenten. En speels, onder andere door de details, vormgegeven in kant, touwtjes en gaas. Maar, zoals schrijfster van haar derde prentenboek Mare en de dingen (tekst Tine Mortier, verschijnt in augustus 2010) zegt, ze hadden net zo goed in een galerie kunnen hangen.
Kaatje Vermeire (1981) werd dit voorjaar geëerd als de ontdekking van Bologna, na haar eerste bezoek aan de belangrijkste internationale kinderboekenbeurs. Ze was er op kosten van het Vlaams Fonds voor de Letteren, die haar daarvoor selecteerde uit zestien jonge illustratoren. En ze werd vergezeld door Carll Cneut, een collega-illustrator die al meer boeken bij De Eenhoorn op zijn naam heeft en grote internationale bekendheid geniet. Ze trok de aandacht van uitgeverijen uit de hele wereld en van de internationale pers.
Vermeire studeerde Grafische en reclamevormgeving en vervolgens Vrije Grafiek aan de Gentse Academie. ‘Omdat ik al een opleiding gevolgd had, kon ik daar de eerste twee basisjaren overslaan’, vertelt Vermeire. ‘Daardoor had ik de basiskennis van de oude druktechnieken gemist, waaraan vaak een ingewikkeld procédé voorafgaat: je dient het materiaal eerst zorgvuldig te vernissen, in te krassen en nadien in te zuren. Ik kon daar echter het geduld niet voor opbrengen en vond het ook niet nodig. Bovendien beschikte ik thuis ook niet over de nodige faciliteiten om die technieken volgens de regel toe te passen. Ik nam hier en daar wat kneepjes over van mijn mede-studenten en zorgde ervoor dat ik thuis op mijn eentje verder kon experimenteren. Op de Academie hadden we een enorm groot atelier, waar overal afvalmateriaal lag te slingeren: gebruikte offset-platen waarin ik tekeningen kraste, maar ook oud papier, verweerde texturen en stofjes. Ik inkte al deze materialen in en legde ze direct onder de etspers. Zo heb ik mijn eigen techniek ontwikkeld. Ik werk graag met materiaal dat al een ziel heeft. Ik ga ook naar rommelmarkten, op zoek naar materialen die ik kan gebruiken. In mijn atelier liggen de meest onnozele dingen verzameld. De platen die onder de pers vandaan komen, bewerk ik vaak nog met potlood en verf. Vervolgens scan ik ze in en in photoshop breng ik tenslotte alle laagjes samen tot een compositie.’
De vrouw en het jongetje werd in 2008 bekroond met de Boekenpluim, de Vlaamse prijs voor illustratoren. Haar volgende prentenboeken zijn kleurrijker. ‘Aanvankelijk schrikte het gebruik van kleuren mij af, ik wilde immers zoveel mogelijk de oorspronkelijke kleuren van mijn materiaal laten zien. Al begreep ik dat de publicatie van zo een donker kinderboek voor De Eenhoorn een risico was.’ Aan haar oorspronkelijke tekeningen voor haar tweede prentenboek, Mannetje en vrouwtje krijgen een kind (2009, tekst van Brigitte Minne) voegde zij kleur toe, op verzoek van de uitgever. ‘Dat past bij het verhaal, vol rozengeur en maneschijn, over een jong en fris koppel nog wel. Het werd een ploeterboek, want ik vind het leuker om de donkere kant van personages te illustreren.’ Haar moeite met de kleuren en romantiek verraden zich in de details: een waslijn waaraan, behalve kinderkleertjes, schetsen van het babietje in wording en een bloemige bustehouder bijvoorbeeld ook een muisje aan zijn staart hangt te spartelen en een lieveheersbeestje op het kussen naast het allesbehalve wolkige hoofdje van de pasgeborene in de wieg. Mare en de dingen vond ik veel gemakkelijker om te maken. Ook omdat het over een zwaarder onderwerp gaat: de relatie van een meisje met haar oma, die ziek wordt en haar spraakvermogen verliest, maar met wie zij een eigen manier vindt om te communiceren.
Uitgever Marita Vermeulen van De Eenhoorn introduceerde Vermeire als kinderboekenillustrator. Een docent van de Gentse Academie maakte haar attent op Kaatjes werk. ‘Haar afstudeerproject bij de opleiding Grafische en reclamevormgeving was een boek, Ergens, waarvoor ze zowel de tekst als de illustraties maakte. Ze won ermee de René Bruynsenade-de Witte-prijs. Ook haar afstudeertentoonstelling na de opleiding Vrije grafiek, met tekeningen, etsen en houtsnedes rond de reuzevrouw Rozeke, in het Prinsenhof in Gent, trok aandacht. Ze is een unieke stem in het landschap van Vlaamse illustratoren. Haar werk is van een schoonheid, maturiteit en gevoeligheid die ik bij zo een jonge mens nooit eerder heb mogen zien. Haar beelden grijpen aan. Zo zeer, dat het in Bologna een paar keer gebeurde dat mensen die ik haar beelden liet zien vroegen om een time-out.’
‘Wat fijn is aan de samenwerking met Kaatje’, zegt haar uitgeefster, ‘is dat zij gewoon doorgaat. Ze is zo geconcentreerd op haar werk, dat zij helemaal niet mee bezig is met vragen als ‘wat zouden ze ervan vinden.’ Al weet zij naadloos of iets werkt of niet. En ze zoekt steeds haar grenzen op. Het is een eer om daar getuige van te zijn.’
En zo is Tine Mortier ‘ongelofelijk blij’ met de illustraties die Vermeire bij haar tekst maakte. ‘Haar prenten, ook de donkere, hebben zoveel poëzie. Ongelofelijk hoeveel mooie details zij gebruikt. En ze is er heel goed in geslaagd om een evenwicht te vinden tussen zware en lichtere delen van het verhaal. Ik ken haar niet zo goed, onze contacten lopen via de uitgever. Ik heb één keer naast haar gezeten op de boekenbeurs van Antwerpen. Ze liet me toen een paar fotootjes zien die zij op haar mobiele telefoon getrokken had van schetsen voor Mare en de dingen. Die schetsen stónden, ongelofelijk.’ Wat Mortier zich wel afvraagt is hoeveel tijd Kaatje in haar werk steekt, arbeidsintensief als elke prent eruit ziet. ‘Ze moet heel perfectionistisch zijn, zoveel aandacht zij besteedt aan de details. Dat viel me ook op bij een evenement dat wij samen bezochten: voor alle kindjes had ze een zakje gemaakt, elk met een stempeltje erop en dingetjes erin. Helemaal tot in de puntjes verzorgd.’
Vermeire zelf zou soms juist wat minder gedetailleerd willen werken. ‘Ik hou mezelf vaak voor dat een tekening alleen maar goed kan zijn als er heel veel bloed, zweet en tranen aan voorafgegaan zijn. Terwijl een spontane schets soms veel beter is. Dat zie je bijvoorbeeld in het werk van Joanna Concejo, die ik in Bologna ontdekte. Hoe zij met een enkele potloodlijn zoveel neer kan zetten, daar heb ik veel bewondering voor.’
In de roes van Bologna dacht Vermeire even dat zij haar leven anders moest gaan inrichten, om zich volledig te kunnen toespitsen op het tekenen. Nu werkt zij een paar dagen in de week in een slagerij – naast ‘de realiteit’ en haar kindertijd één van haar inspiratiebronnen, vanwege het uiteenlopende cliënteel. ‘Maar de dag voordat ik naar Bologna ging, was ik pas verhuisd, dus bij terugkomst stond ik onmiddellijk terug met mijn voetjes in de realiteit. Nu heb ik gewoon besloten om verder te doen zoals voorheen. Het werk bij de slagerij is routineus en zorgt voor een vast inkomen. Het geeft me de rust die ik nodig heb om mijn werk met volle plezier te kunnen blijven doen. Ik ben blij dat ik niet afhankelijk ben van deadlines en opdrachten. Niettemin sta ik open voor alle nieuwe uitdagingen die zich zullen aanbieden. Afhankelijk daarvan, zal mijn leven misschien andere wendingen aannemen, maar voorlopig neem ik geen overhaaste beslissingen. Wel heb ik in Bologna ideeën opgedaan en contacten gelegd die ik kan aanboren. Een daarvan is Neal Hoskins van de Britse uitgeverij Winged Chariot (www.wingedchariot.com), die zich bezighoudt met de digitale presentatie van boeken en andere virtuele experimenten met boeken op het Net. Hij was geïnteresseerd in een samenwerking. Er ligt nog helemaal niets vast maar ik sta er zeker voor open. Barbara Fiore (Spaanse uitgeverij die De vrouw en het jongetje reeds vertaald hebben) heeft voorgesteld om mijn blogverhaal (de V-Vlucht van Otar) te publiceren. Hier en daar hangt er dus wel iets in de lucht, maar we zien wel wat daar allemaal uit voortvloeit.’
Op aanraden van Carll Cneut bereidt Vermeire nu een project met dieren voor, een voor haar nog onbekend terrein. <Graag zou ze daarbij, of bij een volgend project, nauwer samenwerken met een auteur dan ze tot nu toe gedaan heeft. Ook al werkt ze ook graag alleen.> Maar haar ambitie is inhoudelijker: ‘Ik zou graag prentenboeken maken voor een ouder publiek, volwassenen, zeg maar vanaf twaalf jaar. Uiteindelijk was het niet speciaal mijn bedoeling om illustraties voor kinderboeken te maken, al vind ik dat leuk. Ik houd van droeve dingen en thema’s die kinderen niet altijd begrijpen. En later zou ik graag een boek maken waarin ik niet alleen mijn tekenlusten botvier maar ook de teksten schrijf.’
