Ervaringsdeskundige krijgt Wajongers aan het èchte werk
Er zijn maar weinig mensen die ècht niets kunnen, daarvan is Hinne Klein overtuigd. Zelf geboren met een lichamelijke handicap, knokt zij vanuit haar reïntegratiebedrijf Maatpak voor banen voor Wajongers.
Emilo Lopez Barranco (29) herinnert zich nog goed hoe mannen in pakjes van het UWV zeven jaar geleden een auto bezorgden voor zijn oudere broer. Die had een opleiding gevolgd, zijn rijbewijs gehaald en mocht nu werken als systeembeheerder. Terwijl hij dezelfde spierziekte heeft als Emilio en dus ook in een rolstoel zit. ‘Waarom ga jij dat ook niet doen?’, vroegen zij Emilio. ‘Dan krijg jij ook een auto.’ ‘Dat klinkt natuurlijk mooi’, zegt hij. ‘Toch heb ik eerst nog een poos niets gedaan. Ik kende verder niemand die dat deed en dacht dat ik het niet zou kunnen.’
Maar uiteindelijk begon hij aan de opleiding tot Arbeidsmarktgekwalificeerd Assistent op het Rotterdamse Albeda-college. Daar kwam hij in contact met Hinne Klein van Maatpak Jobcoaching & Re-integratie in Poortugaal. Klein, 39 en zelf eveneens van kinds af aan een rolstoel gebonden, was niet veel eerder, in 2004, begonnen met haar bedrijf binnen het gelijknamige bedrijf van haar zus. Omdat hij verwachtte dat werken beter bij hem zou passen dan leren zette Lopez Barranco onder haar begeleiding zijn eerste stappen op de arbeidsmarkt. Allereerst als stagiaire in een verpleeghuis, waar hij bewoners wegwijs maakte op de computer. Vervolgens werkte hij twee keer drie maanden op proef op de administratie van twee verschillende rolstoelleveranciers.
Die start verliep met vallen en opstaan. In het verpleeghuis lukt het hem tot zijn verbazing om oude mensen echt iets te leren en liepen zij met hem weg. In de eerste echte baan vond hij weinig aansluiting bij de collega’s. Hij werkte veel meer uren dan hij aankon, waardoor hij soms zo moe was dat hij direct na zijn werk naar bed ging. ‘En een complimentje kon er niet vanaf.’ In de tweede baan leek het beter te gaan, totdat er een nieuwe bedrijfsleider Klein en hem uitnodigde voor een gesprek en daar klachten opsomde waar ze zijn voorganger nooit over hadden gehoord. Het ontslag volgde op de dag dat Lopez Barranco’s vriendin na zes jaar hun relatie had verbroken, kort na het overlijden van zijn vader. Kapot verdween hij enkele paar dagen spoorloos. Daarna wilde hij een paar maanden de tijd nemen om alles te verwerken. ‘Nee jongen’, zei Klein, ‘word wakker. Je moet nu voor jezelf kiezen’.
‘Nu hij weer zonder werk zat, zette het UWV de auto op het spel die hij inderdaad had gekregen’, vertelt Hinne. ‘En mede door die ‘verdwijning’ was er zelfs sprake van dat hij in de psychiatrie terecht zou komen. ‘Maar als je met een handicap eenmaal een ggz-stempeltje hebt, kom je nooit meer aan het werk’, is Kleins ervaring. De enige manier om dat te voorkomen, was nu aan het werk te blijven. Daarom nam zij hem zelf maar in dienst. Drie keer per week doet Lopez Barranco boodschappen voor het kinderdagverblijf binnen Maatpak, de rest van de week is hij jobhunter.
Het tekent Kleins gedrevenheid, die gevoed is door haar eigen ervaringen en die van haar klanten: ‘Wajongers’ die graag willen werken maar niet in staat zijn dat te zoeken. Het hele systeem is er volgens haar op gericht om gehandicapten binnen de zorg te houden. Ze noemt de IQ-test die iedereen met een verstandelijke beperking moet doen als hij AWBZ-zorg wil: ‘Soms ben je ‘blij’ als de uitslag onder een bepaald percentage blijft, want dan kom je voor extra regelingen in aanmerking.’ En activiteitencentra die veroordelen tot een leven lang bloemschikken. ‘Dat zegt veel over de manier waarop de samenleving naar mensen kijkt. Er zijn maar weinig mensen die helemaal niets kunnen. Ik vind dat iedereen productief moet zijn en dat je dus uit moet gaan van wat iemand wèl kan. Iedereen vindt het fijn om een bijdrage te kunnen leveren.’
Soms is de rol van de zorg volgens haar zelfs kwalijk. ‘Kijk naar Emilio. Die ging op zijn tweede naar de Mytylschool, bleef daar tot zijn zeventiende en ging vervolgens naar een activiteitencentrum. Terwijl er niets mis met hem is, behalve dat hij in een rolstoel zit. Hij is ‘opgeleid’ met het idee dat hij niets hoeft èn dat de wereld om hem draait: zijn zorgplan, zijn onderwijsplan.’ Niet de handicap, maar die opvoeding in het speciaal onderwijs is voor volgens Klein vaak de grootste belemmering voor mensen om op de arbeidsmarkt te kunnen functioneren. ‘De rol van werknemer is nieuw voor ze. Opeens draait de wereld niet meer om hen, maar om de klant en het tafeltje dat moet worden leeggeruimd, bijvoorbeeld. Dat is iets wat zij moeten leren.’
Maar dat kan dus wel. Zowel Klein zelf als de jobcoach die iedere klant minstens een keer per week op de werkvloer opzoekt spelen daarbij een belangrijke rol. Lopez Barranco beaamt dat ook hij veel moest leren. ‘Ik doe dingen waarvan ik nooit gedacht had dat ik ze kon. Maar ik ben nog steeds vaak onzeker. Als het lang tegenzit en werkgevers die ik benader maar niet reageren, dan vind ik dat heel moeilijk. Dan ga ik met Hinne praten en helpt zij me daar doorheen.’
Lopez Barranco is een van de twintig ‘Wajongers’ die via Maatpak aan het werk zijn. Dat komt neer op een uitstroompercentage van 59 procent, veel hoger dan het landelijk gemiddelde van 36 procent. De meeste van hen zijn na een proefperiode van maximaal drie maanden bij de werkgever in dienst gekomen. Om werkgevers die nog aarzelen of die opzien tegen de kosten en rompslomp over de brug te trekken, heeft Maatpak een stichting waar ze mensen in dienst neemt en kostendekkend detacheert. In uitzonderlijke gevallen, zoals dat van Lopez Barranco, neemt Maatpak mensen direct zelf in dienst.
Marjan Meinsma, assistent bedrijfsleider bij de vestiging van supermarktketen Jumbo in Rotterdam Zuid, kijkt niet op van het hoge uitstroompercentage van Maatpak. Sinds zij in 2006 voor het eerst door het bureau werd benaderd, zijn zes medewerkers van Maatpak bij haar in de winkel komen werken. ‘Je merkt dat Hinne en Judith, ‘haar’ jobcoach, geven om de mensen die zij begeleiden. Ze komen nieuwe medewerkers altijd persoonlijk voorstellen. Terwijl Judith, die ons bedrijf goed kent, hen rondleidt en voorstelt aan collega’s, neemt Hinne met mij door waar we met deze medewerker op moeten letten. Dat klopt eigenlijk altijd wel.’
Niet dat het altijd goed gaat. ‘Soms worden collega’s gek van een klant van ons’, zegt Klein, ‘als hij bijvoorbeeld altijd hetzelfde grapje vertelt. Dan springt de coach in en leert hem ’stiekem’ iedere week een nieuw grapje.’ En soms moet een werkgever worden opgevoed. ‘Zo kreeg ik er bij de bedrijfsleider van een fastfoodrestaurant maar niet in een jongen die via Maatpak bij hem werken gebaat is bij een vast ritme. Dat hij dan vaker te laat. Hij roosterde hem steeds op andere dagen in. Ik ben toen zelf maar een rooster gaan maken. Die man bleef mopperen, maar dan zei ik: niet zeuren, je betaalt die mensen maar vijfendertig procent. Hij heeft moeten wennen, maar nu loopt het goed. Zo goed, dat hij die jongen nu een contract heeft aangeboden.’
Zijn onzekerheid ten spijt, heeft Lopez Barranco er vertrouwen in dat hij zijn huidige baan volhoudt. ‘Ik blijf hier en zorg dat ik heel goed word.’ Al denkt hij ook vooruit: ‘Mijn droom is om ooit naar Spanje te gaan, het land van mijn ouders. Ik wil mijn ervaring hier gebruiken om daar Focuswoningen op te zetten. En mensen te helpen aan werk.’
Hinne Klein (1970) volgde zij een HBO-opleiding Personeel&Organisatie en studeerde af op onderzoek naar knelpunten bij de begeleiding van mensen met een handicap. Ze werkte onder andere op projectbasis bij de SPD en zeven jaar bij Arbeidsvoorziening. Na de overgang van Arbeidsvoorziening naar Klik en vervolgens het faillissement van Klik startte zij haar eigen bedrijf.